Nummer 60

Domani Maratona dles Dolomites. De trui hangt klaar. Ik kijk vanop mijn hotelkamer uit op de Dolomietenpieken. Ze lachen. Nee, erger: ze grijnzen. De Passo Giau grijnst het gemeenst van allemaal. Mijn zwarte beest. Al twee jaar op rij. Derde keer, goede keer dan maar? Alles is goed om me op te peppen. De Giau met zijn 10 steile kilometers zit tussen mijn oren. Morgen probeer ik vriendjes met ‘m te worden. Hopelijk is het wederzijds.

Mijn trui hangt al klaar, zei ik. En op dat shirt heb ik ruim twaalf uur op voorhand mijn startnummer gespeld. Getuigt van motivatie, niet? Mijn rugnummer is zestig. 60. Bijzonder? Ik weet het niet. Ik zoek maar vind niet meteen iets in de getallensymboliek. Nico Mattan zou me ongetwijfeld kunnen helpen. Hij is een kei in de ‘bijgeloofnumeriek’. Da’s een wetenschap apart waarin Nico doctor honoris causa is. Ik niet. Ik grasduin in de wielergeschiedenis maar vind niet meteen een aanknopingspunt bij 60. Soit, het is maar een nummer als een ander. Zoals er hier een kleine 10.000 zijn. Ik rij morgen gewoon en zie wel.

Het is mijn derde Dolomietenmarathon. Ambities? Die zijn bijgesteld na de tendinitis die mijn knie vanaf halfweg mei tot halfweg juni parten speelde. Geen maand op een normale manier kunnen trainen en dus kan ik morgen misschien voor het eerst genieten van het Dolomietendecor. “Jaja, op voorhand uitvluchten zoeken”, hoor ik jullie al denken. Ik snap het wel maar eerlijk: ik ben blij dat ik hier morgen aan de start sta en dat ik weer pijnvrij fietsen kan. Want even dreigde dat opspelende knieletsel het een en ander in het water te doen vallen. Kijk naar wat Boonen overkwam: geen BK, geen Tour. Reden: knieproblemen. Nee, echt: ik ben opgelucht dat ik 138 km mag afzien op de Italiaanse passi. Op de Campolongo, de Pordoi, Sella, Gardena, Giau, Falzarego en Valparola. De Campolongo doe ik notabene drie keer. Twee keer in de race zelf, een derde keer om het af te leren… om van finishplaats Corvara in Badia weer in het hotel te geraken. Cool.

Ik ben afgedwaald. Startnummer zestig… Wat gebeurde er 60 jaar geleden? In 1950 etaleerde Fausto Coppi in het noorden: hij won Parijs-Roubaix en de Waalse Pijl. Maar in de cols was hij dat jaar niet op zijn best. Ai, dat helpt me niet echt verder. Ik ben hier immers omringd door bergen. En een renner met startnummer 60 in deze Tour de France is er niet. Ook niet bepaald een gunstige gedachte. Nog een poging… Euh… Hebbes! 51 is, dat weet iedereen, het legendarische rugnummer van Eddy Merckx in de Tour de France 1969. De Tour waarin de Kannibaal werd geboren. En 5 + 1 staat gelijk aan… 6 + 0. Woehoe! Yes, ik ben ‘startnummergewijs’ verbonden aan de Merckx van 1969, toen hij op zijn best was als klimmer! Van een gunstig voorteken gesproken! En toch… is er geen garantie op een Merckxiaanse prestatie. Totààl niet! Als de verzuring morgen toeslaat, sta ik daar te schilderen met mijn bijgeloof.

De trui hangt klaar... met rugnummer 60.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Frederik Backelandt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s