De Witte Dame

Fausto Coppi, de legendarische Italiaanse wielerkampioen, is dit jaar vijftig jaar overleden. De man, meer mythe dan mens, mag aanspraak maken op de titel van meest tot de verbeelding sprekende wielrenner aller tijden. Niet alleen door zijn talrijke overwinningen, niet alleen door zijn onmogelijke ontsnappingen en solotochten, niet alleen door zijn legendarische strijd met zijn antipode Gino Bartali, niet alleen door zijn te vroege en mysterieuze dood op 40-jarige leeftijd. Maar vooral door een vrouw. Door zijn fascinatie voor een dame in het wit.

Fascinatie doet sneller fietsen, dàt steek ik vooral op van Fausto Coppi. Ik heb het over fascinatie voor een vrouw. Als historicus weet ik dat je vooral dingen leert uit het verleden. In dit geval: de love story van Fausto Coppi en zijn ‘Dama Bianca’. Het is het verhaal van de campionissimo die zijn hart verpandde aan de mooie Giulia Occhini die steevast in het wit gekleed was. Zij was zijn fan, raakte begeesterd door de mythe Fausto Coppi toen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog ontbolsterde als superkampioen. Fausto is op dat moment gehuwd met zijn jeugdliefde Bruna. Maar het huwelijk loopt niet lekker. Fausto vindt Bruna te koel, te strikt. Het uitpraten zit er niet in. Bruna is niet tuk op de koers, terwijl dat net Fausto’s leven is. “Het is een lust om te leven omdat het een lust is om te fietsen”, zegt die. Een slogan die Bruna als een vloek in de oren klinkt. Coppi koerst aan de lopende band. Hij wint alles. Maar hij voelt zich leeg vanbinnen.

Tot Giulia ‘La Bella’ door zijn hoofd begint te spoken. Ze is mooi. Heel mooi. Ze ontmoet Coppi voor het eerst op 8 augustus 1948. Op dat moment is hij voor haar een held en dus volkomen onbereikbaar. Ze fascineert zich voor hem. Almaar meer. In 1950 bezoekt ze hem in het ziekenhuis. Coppi ligt in de lappenmand. Fysiek en mentaal zit hij aan de grond. Giulia, volledig gekleed in het wit, komt hem moed inspreken. Fausto apprecieert het gebaar. En meer dan dat. Cupido moeit zich nu met het zaakje. Fausto is verloren. Ze worden verliefd. Al is die verliefdheid aanvankelijk gestoeld op niets. Op fascinatie, op een enkele ontmoeting. Het is het dwaze maar tegelijk het mooie aan verliefdheid.

Het is in elk geval voldoende om Coppi voortaan op een wolkje te doen leven. Hij fietst ook op een wolkje. Wanneer Giulia de wielerwedstrijden bijwoont waaraan hij deelneemt, fietst hij twee keer zo hard. In 1952 is Coppi buiten categorie, wint hij zowel de Giro als de Tour. Zijn honger geraakt maar niet gestild. De motivatie die zoek leek, is helemaal terug. De fascinatie voor de dame in het wit bleek de remedie. In 1953 wint hij op de valreep zijn vijfde Ronde van Italië. Kort na die eindzege spreken Fausto en Giulia af. Ze kussen elkaar voor het eerst.

Coppi’s laatste doel in 1953 is het wereldkampioenschap. In het Zwitserse Lugano wil hij eindelijk die regenboogtrui veroveren, een trofee waar hij al zo lang op aast. Als een bezetene werkt Coppi naar dat WK toe en op de dag van de waarheid zelf is hij onhoudbaar. In de buik van het peloton zijn de geruchten van de Witte Dame dan al hardnekkig. Ze worden hard gemaakt wanneer Coppi tijdens de podiumceremonie de regenboogtrui en bloemen ontvangt uit handen van Giulia. Ze is gelegenheidsbloemenmeisje en voor deze ene keer getooid in het zwart. Een schandaal is geboren. Het vrome Italië is geschokt en spuugt de nieuwe wereldkampioen uit. De affaire kost hen allebei bijna de kop maar, zoals dat hoort, sterven de pesterijen een stille dood en overwint finaal de liefde.

Wanneer de legendarische ploegleider Lomme Driessens ooit werd gevraagd of de Witte Dame al dan niet een gunstig effect heeft gehad op de carrière van Coppi, was hij resoluut. “Ze overmeesterde hem. Zonder die affaire had Coppi een nog rijkere erelijst bij elkaar gefietst.” Lomme kon het weten, hij werkte jarenlang nauw samen met Coppi. Of mogen we zijn mening in twijfel trekken? Coppi reed enkele van zijn meest tot de verbeelding sprekende wedstrijden met alleen maar fascinatie of ontluikende verliefdheid als doping. Het is de meest natuurlijke vorm van doping die geen enkele commissaris van de Internationale Wielerunie of het Wereld Antidopingagentschap kan traceren. “Wat er ook gebeurt, ik kan alles aan”, vertrouwde Coppi een collega toe aan de vooravond van het WK in Lugano. Een dag later mocht hij zich wereldkampioen noemen.

Ik hoop dat mijn Witte Dame op 19 september 2010 ook langs de kant van het WK-parcours staat. In Lierde, langs het parcours van het WK voor journalisten, waar ik op zoek ga naar mijn derde wereldtitel. Voor eigen volk, op een steenworp van mijn deur. De druk voel ik nu al. Thuisvoordeel? Ik durf dat te betwijfelen. Het is bijna van moeten, heb ik de indruk. Ik wil natuurlijk wel winnen. Zoals Coppi in Lugano. En net als bij Coppi mag zij de inspiratiebron zijn. Ze mag in het wit zijn gekleed. Of in het zwart. Maakt me niet uit. Zolang ze me maar sneller doet fietsen. Zoals Coppi.

Coppi: wereldkampioen in 1953 dankzij een dame in het wit/zwart.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Frederik Backelandt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s