Het Vlaamse veldritvolkje

Het kan soms eigenaardig lopen in de wereld. De eerste pilsjes werden getapt in het Tsjechische Pilzen, maar het zijn de Duitsers die de grootste drinkers zijn geworden. Fast food hoort bij het clichébeeld van de VS, terwijl het in Hamburg was dat voor het eerst rundvlees op een rond broodje werd geserveerd. Met het veldrijden liep het net zo. Vlaanderen heet de bakermat van deze sport te zijn, maar historisch klopt dat niet. Het is namelijk in het Franse leger dat het cyclocrossen is ontstaan.

Eind 19de eeuw hadden militairen vastgesteld dat die nieuwe uitvinding die vélocipède heette heel efficiënt was, tijdens legermanoeuvres door veld, heide en bos zelfs sneller dan soldaten te paard. Er werd een regiment cyclisten opgericht en tijdens de vrije uren gebeurde precies datgene wat soldaten nooit laten kunnen: zich meten met een ander. De combinatie van om ter snelst fietsen en lopen met de fiets naast zich, en soms met de fiets op de schouder over sloten en gehakte boomstammen, deed een unieke wielerdiscipline ontstaan: cross country cyclo-pédestre.

Een eeuw later is er van cyclisten al lang geen sprake meer. En samen met de fietsende soldaten zijn ook de Franse cyclocrossers door de modder verzwolgen. Veldrijden, het interesseert onze zuiderburen tegenwoordig geen fluit. De enige Franse cyclocross die een beetje toeschouwers langs het parcours krijgt is die van Roubaix. Uiteraard heeft het te maken met die legendarische, haast mythische site waar de renners strijd leveren: op en vooral rond le vélodrome de Roubaix. Dat is makkelijk te verklaren: de wielerbaan van Roubaix bevindt zich op een boogscheut van de Frans-Belgische grens. Tegenover 400 Fransen zijn minstens 4.000 Vlaamse supporters present.

Een Fransman begrijpt de hype rond het Vlaamse veldrijden niet. Een bestuurslid van VC Roubaix doet mij het verhaal over die keer dat hij werd uitgenodigd voor een wedstrijd in Hofstade. “Ik reed richting Brussel en het weer was verschrikkelijk: een mix van regen-, sneeuw- en hagelbuien. Ik dacht: die organisatoren krijgen vandaag geen 200 man bijeen. Maar ik viel achterover van verbazing: 10.000 toeschouwers stonden langs dat meertje van Hofstade opeengepakt.” Hij vertelt het zoals alleen Fransen dat kunnen, met pathos en dramatiek, om mij stellig te overtuigen.

De man hoefde mij niet te overtuigen, ik ken het fenomeen al langer. Ook ik ben zo’n specimen dat wekelijks opgaat in die uitgelaten sfeer van koers en Vlaamse kermis, maar de kramen van pilsjes en hamburgers aan anderen over laat. Net zo min als onze Franse vrienden heb ik echter een verklaring voor die massale, winterse volksverhuizingen van het Vlaamse veldritvolkje.
Me dunkt heeft het te maken met de gang van de seizoenen. Het is de herfst, het is de winter. In het landschap voltrekken zich weer grote en kleine wonderen. Ook in mijn geest en in mijn lichaam. Een instinct zegt me dat ik naar buiten moet, naar zompige weiden en druppende bossen, naar winderige duinen, akkerland en knotwilgen. Vergeet vanaf september de zonneterrassen, de muggen en de zomerfestivals. De rockhelden van de winter heten Bart Wellens, Erwin Vervecken en Sven Nys, de podia staan opgesteld in Ruddervoorde, Overijse, Loenhout, Diegem. O ja, en in Roubaix natuurlijk.

(Patrick Cornillie, Grinta! 03, 2007)

Modderfietsen: eigen aan het Vlaamse veldritvolkje.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Patrick Cornillie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s