Maillots mythiques

Het was in de Tour van 2001 dat ik het voor het eerst zag, daar in Huy, op de hoek van de Rue Bastin en de Avenue Godin-Parnajon, bij de start van de etappe naar Verdun. Een groot en potig kraam met koerstruien en wielergadgets, strategisch opgesteld bij de Village de Départ, een oord dat handtekeningenjagers en dagjestoeristen aantrekt zoals een jampot een zwerm wespen. Honderden, duizenden mensen kwamen er dus voorbij dat kraam met petjes, wimpeltjes, sleutelhangers, foto’s, bidons. En koerstruien. Een onwaarschijnlijke rij koerstruien hing er uitgestald, want dat was duidelijk hét zoetmiddel, de blikvanger waarmee elke nostalgische kwast werd gelokt.

Het waren dan ook geen hedendaagse koerstruien zoals de Lampre-roze en US Postal-blauwe waarin Dierckxsens, Hamilton en andere Tourrenners in die tijd rond flaneerden. Neen, het waren maillots mythiques. Van Wiel’s-Groene Leeuw, Pelforth-Lejeune, Ford, Margnat Paloma en Helyett Leroux. Wat een schitterende ontdekking was dit. De authentieke truien van de helden van weleer. Met eenzelfde herinnering en gevoel van grandeur moeten bikers overrompeld worden, dacht ik, bij het zien van een exclusieve Saroléa, Royal Enfield, Gilet of Matchless; staan autofreaks te kwijlen bij het voorbijrijden van een Mustang, Thunderbird, Ford Anglia of Citroën Rosalie. Kijk eens aan, de maillot van St-Raphael-Gitane, het hoort bij een époque, bij de polemieken tussen de Anquetilisten en de Poulidor-kwezels, bij de accordeon van Yvette Horner, de filmaffiches van Yves Montand en Simonne Signoret, en de zwartwitbeelden van de ORTF dat toen nog Rijsel heette! Kijk eens aan, het truitje van Faema-Guerra, de symbolische waarde van dit kleinood evenaarde moeiteloos de troost der grote metaforen: de Keizer van Herentals, de stem van Maurice Dieudonné, het Belgavox-journaal en de Expo van ’58! En dat soort dromen werd daar dus allemaal te koop aangeboden, anno 2001. Het onsterfelijke bruin van Molteni en Merckx, het bleekblauwe van Salvarani en Gimondi, het oranje van Bic en Ocana, de legendarische Brooklyn-strepen op de gestroomlijnde body van De Vlaeminck, de truitjes waarmee elk jaar opnieuw de Spaanse Kas-gemzen over de bergen trokken, het dambordpatroon van Peugeot en het schildje van BP op de schouders. En de mooiste outfit van allemaal, die van Carpano, groots en magisch van snit, Italiaanse klasse en haute couture – het waren héren die daarin reden: Nino Defilippis en Ferdi Kübler, Fausto Coppi en Willy Vannitsen.

De aaibaarheidsfactor van zo’n rennersgewaden, draperieën, relikwieën is groot, de sensatie om zo’n trui rond je lijf te voelen ongetwijfeld nog groter. Dus strekte ik al begerig de hand uit om zo’n exemplaar van Nencini of Fuente, Anglade of Grosskost te kunnen aanraken, met eenzelfde gebaar en feeling waarmee deskundige huismoeders tussen duim en wijsvinger de degelijkheid van stoffen keuren. Hoe groot was mijn ontgoocheling, daar aan dat kraam in Huy, toen bleek dat het om remake-wielertruien ging, 100% polyester en dus helemaal fake. Samen met de modernste jambières, manchettes, genouilleres, casquettes, caleçons, bandana’s en lunettes van hedendaagse merken hadden ze in één moeite door ook maar alle retro hertekend, hersneden, herstikt. Méér nog: later zag ik te pas en te onpas alsmaar weer dergelijke kramen, soortgelijke remake, hele retrolijnen opduiken. Kortom, de glans van de golden sixties is pure commercie geworden, opgewekt als ordinaire replica, met het polyamid van de 21ste eeuw. Je ziet de wielershirts van Alcyon, Solo-Superia en Faema opduiken in shops, je kan tegenwoordig retro yerseys in TVX online bestellen op het wereldwijde web. Een zweem van nostalgie, maar synthetisch en intussen dus ook al digitaal verpakt. Dit is een vinylplaat van Johnny Hallyday digitaal dubben, krassen incluis. Dit is antiek van plastiek.

Weg met de oprechte verzamelaars, weg met de authenticiteit en de originaliteit! Cultuurpessimisme is het woord dat het best benadert bij datgene wat ik toen voelde. Cafeïnevrije koffie, nicotinevrije sigaretten, alcoholvrij bier, het zijn gelijkaardige vormen van verarming die greep krijgen op onze leefgewoonten. Bij de wielergoden van weleer passen niks anders dan katoenen truien en gedemodeerde trainingspakken, zo’n enige echte, dikke en wollige, met zakjes op de borst, elastieken aan de mouwen en nauwsluitende kragen. Met de letters van Poeders Mann of Mars-flandria er op geborduurd en dus in reliëf. Met de echte zweetgeur nog van een tropische Tour, het stof van een opwindende Parijs-Roubaix en het snot van vele wintervallingen. Maar prompt is de aanbidding verstoord, lijkt alle adoratie ontmanteld en ontmaskerd door de slijmgladde ontluistering van synthetisch lycraweefsel. De modewereld, de marchandisers, de bodycultuur-functionarissen verkopen dromen en illusies, en wij, wij halen daarvoor graag onze centen – proton, bankkaarten, elektronische besteltrucs – boven. Of niet soms?

(Patrick Cornillie, Grinta! 01, 2007)

Un maillot mythique: die van Carpano, de allermooiste.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Patrick Cornillie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s